Ziva mijn trots!

“Mama, mama.” Ik kijk naast me en zie dat Ziva aan komt lopen met mijn telefoon. Wat grappig. Iedere keer als mijn telefoon trilt komt ze hem brengen, omdat ze weet dat ik dan een berichtje heb. Eind deze week wordt ze alweer twee. Wat gaat de tijd toch snel. Dan is het ook alweer bijna drie jaar geleden dat ik zwanger werd.

Wat was ik geschrokken. Totaal niet verwacht. Ik was vijftien en had nooit een regelmatige cyclus gehad. Dus toen mijn menstruatie twee maanden uitbleef, keek ik daar niet van op. Wel had ik een naar gevoel in mijn buik. Misschien toch een keer langs de dokter. Eén van de eerste vragen die ze stelde was “heb je een vriend?”. Ja, die heb ik, al bijna tien maanden. “Ze zal toch niet denken..., nee ze denkt toch niet dat ik zwanger ben???” Ze zag de vraagtekens op mijn gezicht. Mijn hoofd kreeg het zwaar te verduren, want mijn gedachten draaiden op volle toeren. Het werd duister van binnen. De dokter bevestigde mijn gedachten. Ja, je bent zwanger. Al tien weken. Slik! Wat leek mijn keel dik opeens. Ik kon maar weinig woorden uitbrengen. “Uh, oké”, was mijn antwoord. Tja, wat zeg je op zo’n moment?

Die avond had ik al afgesproken met mijn vriend en het leek me het beste om het maar direct te vertellen. Ook bij hem kwamen er weinig woorden. Diezelfde avond zijn we naar mijn ouders gegaan om het hun te vertellen. Ze waren er niet, maar hebben het wel gelijk aan mijn zus verteld. Bij haar kon ik gelukkig terecht, al was haar reactie niet zoals ik gehoopt had. Ze huilde en was boos. Toen kwamen mijn ouders thuis. Het was zeker niet makkelijk, maar het moest. Hun reactie was teleurgesteld en van binnen misschien wel boos. Daarna naar de ouders van mijn vriend. Na het verteld te hebben, wachtten we gespannen hun reactie af. Niks! Een dodelijke stilte volgde na onze aankondiging van het zo prille ongeboren leven. Tien maanden kenden ze me en waarom reageerden ze nu zo? Reageerden? Nee, waarom negeerden ze ons zo? Konden ze niet iets van hun gedachten of gevoel kwijt? Die avond nam ik afscheid van mijn vriend. Nooit eerder was het zo moeilijk om hem daar achter te laten.

Met twaalf weken zwangerschap zijn we samen naar de verloskundige geweest voor een intake gesprek. Ze maakte gelijk een echo. Prachtig! De beentjes en armpjes. Alles was compleet. Ze wees het kloppende hartje aan. Wat was ze aardig en ze ging met ons om als met ieder ander stel dat in verwachting was. Na het bezoek aan de verloskundige zijn we nog langs de dokter gegaan, want zij wilde ons ook graag een keer terugzien. Haar vraag was of het wel verstandig was het kind te houden. Verstandig? Wat wil je anders? Ze stelde een abortus voor. “Hmm, nee dat is niet nodig, ik kan het toch gewoon houden?”, dacht ik in mezelf. Ik keek mijn vriend aan en kon van zijn gezicht lezen dat het voorstel van de dokter hem ook niet aanstond. Gelukkig maar, want hier hadden we het nog helemaal niet over gehad. Ik wees het voorstel af, maar ze was nog niet klaar. “Wat denk je van een adoptie?”, vroeg ze. Het ergerde me van binnen. Niks geen adoptie en al helemaal geen kind vermoorden. Ik kan er gewoon voor zorgen, hoe dan ook! Ondanks mijn fouten is dit een geschenk van God. Eigenlijk een cadeau. Ik mag daar voor zorgen. Ik zie het als een eer. Hij schenkt het mij, dus zal Hij in de toekomst ook helpen om ervoor te kunnen zorgen, dat weet ik zeker. Toen het gesprek afgelopen was en we opstonden zei ze met nadruk “je moet er toch maar over nadenken hoor!” Ze zal vast haar goede bedoelingen gehad hebben, maar ik vond dit gesprek zo weinig waarde hebben. We liepen de dokterspraktijk uit en kwamen een paar bekende jongeren tegen. Hun hoofden bogen zich eerst naar elkaar en draaiden daarna allemaal naar mij. Geërgerd draaide ik mijn

hoofd weg. “Je hoeft niet zo te kijken hoor, er valt toch nog niks te zien!”, wilde ik nog roepen, maar ik hield wijselijk mijn mond.

Mijn thuissituatie was weer redelijk op orde. Mijn broer en zusje stelden soms vragen waar ik echt blij van werd. Hoe dat voelde om zwanger te zijn en of ik al kleertjes gekocht had. Mijn schoonouders hebben dagen lang tegen ons gezwegen. Ik weet niet hoe het was als ik er niet bij was, maar ik kan me er enigszins een voorstelling van maken.

Mijn zus wilde me graag even alleen spreken. Wat ik op dat moment daarvan moest vinden wist ik niet. Ze begon over het onderwerp waar ik niet aan wilde denken of over wilde praten: abortus. “Je kunt toch gewoon abortus laten doen? Het is nog zo klein. Een klompje cellen.” Adrenaline gierde door mijn lijf. ”Hoe kun je zoiets zeggen”, dacht ik. “Hoe kun je zo dom zijn! Twaalf weken en dan nog een klompje cellen.” Ik probeerde mezelf rust in te spreken. “Ik ben het niet met je eens. Ik heb de echo gezien en het hartje klopte. Het kind heeft gewoon armen en benen.” Antwoordde ik haar. “Maar het komt toch helemaal niet gelegen? Je zit middenin je opleiding en wil je dan daarmee stoppen? Het is toch fijner als je later zwanger word?” Echt, dit ging mijn verstand te boven. Hoe kun ze zo denken? Later zwanger worden? “Ik ben het nu en daarmee uit!”, was het laatste wat ik erover kwijt wilde. Nog was ze niet uitgesproken. “Als je het teveel moeite vindt om er heen te gaan, dan wil ik wel met je rijden hoor en een afspraak maken. Ik wil er ook nog wel bij blijven, als je het eng vindt om alleen te zijn.” Ik werd woest vanbinnen. Weet ze niet van ophouden? Ben ik niet duidelijk? Ik heb weinig reactie gegeven en ben weggelopen. Toch zette mij dit aan het denken. “Zou het toch beter zijn om later moeder te worden? Maar wie zegt er dat ik later nog moeder kan worden?” Nog geen dag later kwam ze opnieuw met de vraag:. “Heb je erover nagedacht? Weetje, je kunt ook een pil halen dan komt de menstruatie op gang en ben je er ook vanaf.” “Niet weer hè”, dacht ik. Haatgevoelens kwamen in me op. De gruwelijkste dingen kwamen in mijn gedachten. “ij wil mijn kind vermoorden? Zoiets zou ik toch ook nooit van haar vragen? Respectloos! Het maakt voor mij geen verschil hoe oud iemand is. Het leeft! Het groeit in mij en ik hou van mijn kind. Nee, niet gelijk hield ik van mijn kind, maar het groeide met de dag. Zoals mijn kindje groe ide, groeide ook de liefde iedere keer een beetje meer. Wel was ik verdrietig. Mijn zus en lieve vriendin, die zo anders werd door mijn zwangerschap. Ik ben erg teleurgesteld in haar. Ze had er voor me moeten zijn, maar in plaats daarvan kwetste ze me. Ze vond me dom, want zoiets zou haar niet overkomen. Ze heeft me gekwetst tot diep in mijn hart. Ik kan haar niet vergeven!!” Huilend viel ik die avond in slaap.

Mijn zwangerschap vorderde en het ging gelukkig voorspoedig. Inmiddels was ik dertig weken zwanger en had al een flinke buik gekregen. Mijn zus was benieuwd of ik al kleertjes gekocht had en of ik al wist of het een jongetje of meisje was. “Waar komt die interesse opeens vandaan?”, dacht ik. Ze liep langs me heen en sloeg twee handen om mijn buik heen. Ik draaide me weg. Ze keek vragend op, maar liep verder en ging door waar ze mee bezig was. Verward bleef ik achter. “Waarom zit ze aan mijn buik? Ze wil toch niks van mijn kind weten?” Het waren boosheid en haat die een grote rol speelden. Op een dag wist ik het. “Er staat iets tussen ons in. Tussen mij en mijn zus. Iets wat ik haar niet kan vergeven. Als het aan haar, lag was ik geen moeder geworden, omdat ze egoïstisch dacht en het zogenaamd niet uitkwam. Dan maar tijd maken!”

De zomervakantie brak gelukkig aan. Vier weken later was ik uitgerekend. Blij als ik eindelijk mijn kind in mijn armen kan houden. Veel geld, om kleertjes te kopen, had ik

niet, maar er waren veel mensen in mijn omgeving, die wat konden missen. Het pakje, dat het kindje na de bevalling aan zou mogen, hebben we samen gekocht. Wat een zegen ook dat we samen een kind mogen verwachten en ik er niet alleen voor sta! Trouwen is voorlopig nog niet aan de orde. Ten eerste is er geen geld voor en ten tweede zijn we nog helemaal niet zover naar elkaar toegegroeid. “Die stap wil ik niet zomaar zetten. Dag en nacht samen leven zie ik niet zitten”, waren gedachten, die in mijn hoofd speelden.

De bevalling verliep voorspoedig en wat een bijzonder moment als de baby geboren wordt en op je buik wordt gelegd. Geweldig! Nee, dat omschrijft het nog net niet helemaal goed. Er zijn geen woorden voor! Mijn kind op mijn buik. Een bom van emoties en liefde barst los. Een meisje. Ziva! Voor haar ga ik zorgen.

“Mama!!” roept ze. Mijn gedachten gingen hun eigen weg, maar nu sta ik weer met beide benen op de grond. De kleine meid staat bij de koelkast te wijzen. Ze kan nog niet veel praten, maar ik weet precies wat ze bedoelt. Ze wil drinken. Ik sta op en loop naar de koelkast en pak haar drinken. Ze steekt haar armpjes uit naar haar tante en kruipt op schoot. In het begin was dat pijnlijk om te zien. Ze wilde mijn kind niet en nu kruipt mijn kind met alle liefde bij haar op schoot!? Nooit heeft ze haar excuus aangeboden en inmiddels durf ik er ook niet meer over te beginnen. Sorry zeggen was toch wel het minste wat ze had kunnen doen. “Het past misschien niet bij haar karakter”, denk ik. We moeten er maar het beste van maken. Gelukkig houdt ze nu van mijn kind. Soms moeilijk en tegenstrijdig, maar als ik kijk naar mezelf en naar mijn fouten kan ik het haar vergeven! Ziva klimt van haar schoot af en loopt naar me toe en strekt haar armpjes naar me uit. Heerlijk even kroelen. Zo afhankelijk. Zo liefdevol. Ze geeft mijn leven kleur. Ze houdt van me en ik van haar. Nooit en dan ook nooit had ik haar willen missen! Het was niet altijd makkelijk om jong en zwanger te zijn. De blikken van mensen deden me soms pijn. Vrienden waren opeens geen vrienden meer. Maar de mensen die echt van je houden, blijven over. Het heeft me sterker en positiever gemaakt. Ik ben dankbaar voor de keuzes, die ik mocht maken. Haar te houden. En met alle liefde voor haar te mogen zorgen!

Ik ben trots op het kind dat ik gekregen heb. En trots op mezelf dat ik gekozen heb voor haar leven en doordat ik daarvoor gekozen heb, heb ik ook gekozen voor “mijn” leven, want zonder haar was ik niet geweest zoals ik nu ben.