Grenzen stellen, belonen en straffen

Grenzen stellen is belangrijk. Je kind weet namelijk nog niet wat wel kan en wat niet. In huis leert je kind kennis maken met regels en straks ook bij familie, in de kinderopvang enz.

Kinderen gaan ook uitproberen waar jouw grenzen liggen. Wat mag wel, wat mag niet?

Als ouder heb je regels om te voorkomen dat er iets gebeurt dat je niet wilt. Een regel kan bijvoorbeeld zijn: niet op de trap spelen.

Regels zorgen voor de veiligheid van je kind en geven structuur. Ze helpen ook bij de zelfstandigheid van je kind. Veeg je voeten als je binnenkomt, was je handen na het plassen, eerst vragen enz.

Wanneer je als ouder grenzen stelt, is het ook belangrijk dat jij je kind complimentjes geeft. Bijvoorbeeld wanneer hij zich aan de regels houdt. Dit heet belonen.

Het kan ook zijn dat je kind het niet eens is met een regel. Hij begint bijvoorbeeld te huilen of krijgt een driftbui. Op zo’n moment is het belangrijk dat jij rustig blijft. Laat je kindje eerst maar even uithuilen of uitrazen. Als je kindje zelf ook weer rustig is, is het goed om uit te leggen wáárom iets niet mag. En bijvoorbeeld iets voor te stellen wat wel kan. Hou wel altijd rekening met de leeftijd van je kind.

Als je kind dan weer niet luistert, kun je hem straf geven. De straf moet wel in verhouding staan met de overtreden regel. Een hele week geen TV kijken, omdat je kind zijn voeten niet heeft geveegd, is bijvoorbeeld overdreven.

Je kunt ook een ‘strafplekje’ in huis creëren. Bijvoorbeeld een krukje of stoel waar je kind een paar minuten op moet blijven zitten als het straf heeft. Als die tijd voorbij is, leg je nogmaals uit waarom je iets niet goed vindt en waarom je boos bent geworden. Het werkt goed als je simpele woorden gebruikt en op ooghoogte van je kind zit. Laat je kindje bijvoorbeeld ‘sorry’ zeggen, en maak het weer goed.

Lees meer over grenzen stellen, belonen en straffen (pdf)