Koppigheidsfase oftewel: de peuterpuberteit!

Vanaf anderhalf tot vier jaar laten kinderen vaak koppig gedrag zien. Koppig zijn is normaal in deze fase. Je kind is bezig met zichzelf, zijn eigen ‘ik’ te ontwikkelen. Dit wordt ook wel de peuterpuberteit genoemd. Ieder kind heeft er in meer of mindere mate ‘last’ van. Heel normaal dus die peuterpuberteit, maar niet altijd even makkelijk…

Waar komt die zogenaamde ‘peuterpubertijd’ vandaan? Het heeft te maken met het ontwikkelen van zelfstandigheid. Je kind ontdekt dat hij/zij zijn/haar zin kan krijgen, door bijvoorbeeld te huilen wanneer het ergens geen zin in heeft (eten, aankleden, speelgoed opruimen, naar de winkel etc.).

Steeds dezelfde regels…

Je kind probeert uit hoe ver hij/zij kan gaan. Het is aan jou om duidelijk te zijn over welk gedrag wél en niet kan. Het is daarbij ook belangrijk om steeds aan dezelfde regels vast te houden. Om consequent te zijn… Het is voor je kind bijvoorbeeld heel verwarrend als het de ene dag niet met de schoenen op de bank mag en de andere dag wel.

Het is ook verwarrend als bij mama dingen niet mogen, die bij papa of oma wél mogen. Spreek daarom ook met hen af wat jouw grenzen en afspraken zijn met je kind.

Voor moeders is de peuterpuberteit een lastige periode. Het is dan ook heel normaal als het even niet meer gaat. En steun je met de gedachte, dat het altijd een fase is. Een fase die vanzelf weer voorbij gaat...

Op de website van het Centrum Jeugd en Gezin (CJG), kun je meer over de peuterpuberteit lezen.