Praten

Je kind leert praten door naar jou en anderen te luisteren. Praat bijvoorbeeld tegen je kindje bij de dagelijkse dingen die je samen doet. Bijvoorbeeld bij het boodschappen doen, wassen, enz. Benoem dan ook soms wat je doet: ‘Mama gaat nu even de was ophangen’. Je kind leert hiervan.

Je kunt hier al mee beginnen als je kindje nog maar een baby is. Ook al kan je kindje nog niet terugpraten, hij begrijpt je wel. Je baby’s eerste vorm van communicatie is huilen. Na een tijdje begin je de huiltjes en de momenten waarop je kindje huilt te herkennen. Huilt je baby bijvoorbeeld omdat hij honger heeft, of omdat hij moe is? Ook ontwikkelt je kind een uitgebreide hoeveelheid aan zuchten, brabbelen en kuchjes, waardoor je precies weet wat je baby nodig heeft.

Als je kind wat ouder is, begint hij of zij woorden van jou na te zeggen. Wanneer je kind iets zegt, kun je dit bevestigen door de woorden te herhalen.

De woordenschat van je kindje groeit…

Tussen twee en drie jaar oud groeit de woordenschat van je kind met 300 woorden. Ook begint hij goed opgebouwde zinnen te maken met simpele woorden, zoals ‘ik ga nu’. Wel praten kinderen van deze leeftijd vaak te hard, omdat ze het moeilijk vinden om het juiste volume te vinden. Dit verandert allemaal als je kind rond de drie jaar oud is. Dan kan hij een normaal gesprek voeren, waarin hij ook zijn toon en spraakpatroon aanpast.

Voorlezen is voor jou en voor je kind een leuke en nuttige manier om woordjes te leren. Je kunt voor je kind gratis boeken vinden bij de bibliotheek of speel-o-theek. Ook kun je goedkoop kinderboeken kopen bij een kringloopwinkel. Of misschien kun je wel boeken lenen van een buurvrouw, je moeder of ruilen met bevriende moeders?

Wanneer zegt je kind wat?

Vind je het leuk om te lezen over de verschillende praatfases van je kind? Op de website van Mama en Zo vind je een handig praatschema waarin iedere fase beschreven staat. En wil je nog meer lezen? Op de website van het CJG kun je ook informatie vinden over ‘leren praten’.